afschudden

afschudden
{{afschudden}}{{/term}}
I 〈overgankelijk werkwoord〉
[door schudden doen vallen] shake off/down
[zich ontdoen/bevrijden van] shake offcast off 〈belemmeringen〉
voorbeelden:
1   appels van de boom afschudden shake (down) apples from the tree
2   een tegenstander van zich afschudden shake off an opponent
II 〈wederkerend werkwoord; zich afschudden〉
[zich ontdoen van iets] shake (off)
voorbeelden:
1   de hond schudde zich af the dog shook itself

Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.

Игры ⚽ Поможем решить контрольную работу

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”